|
||||||||
'Hoe ouder ik word, deste meer ik de diepere betekenis
leer begrijpen van het feit dat je een emotie onder controle moet hebben om
hem te kunnen uiten', zegt de 38-jarige schilder Jan Commandeur. Aan zijn intens
aanwezige doeken met de vele verflagen in contrasterende kleuren ligt een moeilijk
te beschrijven werkwijze ten grondslag. Na lang wikken over een in zijn hoofd
rondzwervend beeld gaat hij direct op het linnen aan het werk (alleen bij de
heel grote werken maakt hij een voorschets). Al is zijn schilderstijl op het
oog expressief en intuïtief, in feite is iedere kleur en iedere contour
vastgesteld voordat hij een penseel op het linnen zet.
Jan Commandeur schildert Stimmungsbilder, een soort innerlijke landschappen;
de eerste indrukken stammen uit zijn jeugd op het platteland van West-Friesland.
'Ik ben op een boerderij geboren, het hele gezin
werkte mee, ook in vakanties en weekends: 's zomers de bloembollen op het veld,
'winters de beesten.'
De wisseling van de seizoenen die Commandeur buiten zo intens beleefde, zijn
voor hem sterk verbonden met persoonlijke gebeurte-nissen en gevoelens. Zozeer
zelfs dat 'seizoenen' bijna synoniem is met zijn emotionele leven (ook nu hij
al jaren in Amsterdam leeft).
'In de herfst en de winter werk ik het best; de lente is gevaarlijk omdat er
buiten dan zoveel gebeurt. Mijn werk gaat over in rust herinnerde emotie, uitgedrukt
op een directe manier.
| De wisseling van de seizoenen die Commandeur buiten zo intens beleefde, zijn voor hem sterk verbonden met persoonlijke gebeurtenissen en gevoelens. |
De Natuur loopt als een gevoelsstroom
door Commandeur's leven. Het platteland was voor hem alles omvattend,
maar er was ook de benauwenis van niet te kunnen uiten wat hem bezig hield.
In die leertijd op Ateliers '63 moest hij een
aantal beslissingen nemen over de richting van zijn schilderen. Om een
oplossing te forceren schilderde hij in hoog tempo twaalf uit elkaar voortkomende
motieven, als een denk-proces in verf. Meer dan het zoeken naar een handschrift
ging het hem om de inhoud van zijn werk. De fundamentele schilderkunst
die op dat moment het museum haalde, vond Commandeur te leeg: er moest
méér zijn dat schilderen vermocht dan louter formele uitspraken
doen. |
Althans, nooit schetsen in de buitenlucht naar reële
panorama's; Commandeur schildert uit de herinnering. Ten dele zijn dat evocaties
van bestaande landschappen: het Hollandse, maar ook Les Landes in het zuid-westen
van Frankrijk. Het lijkt daar op zijn geboortestreek, Les Landes is ook vlak,
met veel akkers en weilanden en hier en daar bos. 'En de zee is vlakbij. Die
horizon, die wijdte- heerlijk! De hele Noordzee-kust van Terschelling tot Biarritz,
vind ik prachtig. Ik voel me een echte Hollandse schilder.'
Doordat het herinneringsbeelden zijn die hij in verf probeert te vatten, zijn
ze vermengd met de gevoelens die hij in dat landschap onderging, de emotionele
reden waaròm zo'n beeld werd opgeslagen.
Het overbrengen van die stemming, waarmee een beeld om zo te zeggen wordt opgeladen,
dat is de inzet van zijn schilderen. Hoe brengt Commandeur die geladenheid over?
Butterfly - in krullende verfstreken en vrolijke
tinten is een Cézanneske berg van kleur weergegeven, op het heetst van
een zomerdag. De hemel is strakblauw, het gras wuift, overal bloeien bloemen.
Alleen van de bloedrode vlek rechts van het midden gaat iets verontrustends
uit. 'Ik dacht aan een dode vlinder in een landschap', zegt Commandeur een beetje
laconiek. De 'berg' is een bonte, ter aarde gestorte ééndagsvlinder
die je op een stralende dag aan de vergankelijkheid herinnert. Commandeur werkt
met sterke contrasten, in kleur èn in stemming. 'Wat ik schilder lijkt
vaak lieflijk, maar het gewelddadige ligt heel dicht onder de oppervlakte van
mijn werk,' licht hij toe.
De schilder werkt altijd een stemming of beeld uit in twee opeenvolgende schilderijen.
Naast het zomerse landschap van zoëven verschijnt zijn donkere tegenvorm
(Cayre); het carré van sombere bomen tegen een bergwand gaat schuil onder
een herfstige nevel, alleen hetzelfde rood-geel echoot na tussen de bergen,
oplichtend door de contrastwerking met de mist erboven. 'Contrast is àlles',
aldus Commandeur: de dingen krijgen betekenis door de nabijheid van iets wat
ertegen afsteekt.
De schilder maakt nooit reeksen met hetzelfde kleurenpalet en (dus) in dezelfde
emotie.
Bij elk doek begint hij opnieuw en het bekijken van zijn werk vraagt van ons
dezelfde inspanning: dat we onze ogen opnieuw focussen, dat we ons eerst laten
bestormen door de kleur en de verfmassa die het landschap in zich bergt. Lopend
van het ene naar het andere stuk komen de beelden als getijden op je toe; in
Commandeur's innerlijke landschappen is het nu eens eb, dan weer vloed.
Ook het intense kleurgebruik laadt zijn schilderijen
op: 'Geel is licht, het staat voor een licht soort stemming, voor lente of een
zomerse dag. Grijs en groen zijn herfstig, ingekeerd, beschouwelijk.' Groen
beschouwt hij als zijn basiskleur die alle tinten onderling verbindt. 'Op de
academie leer je een schilderij opbouwen met de primaire kleuren geel, rood
en blauw; groen wordt dikwijls beschouwd als een 'valse' kleur, een mengsel
van geel en blauw. Voor mij is hij juist de meest echte: groen is aards, ze
staat met twee benen op de grond net als ik. Mijn dierenriemteken is de Stier'.
Jan Commandeur's kleurgebruik kan dus symbolisch genoemd worden. Zo tracht hij
bij ons de hevigheid en nuance in stemming op te roepen die hij zelf onderging
bij het terughalen en optekenen van zijn geleefde herinneringen.
| Een stuwende beweging als
aanrollende golven verf, kenmerkt zijn hand van schilderen. In Web spat
de verf in striemen uiteen, het is één kolkende massa. Helgroen,
blauw, roestbruin, grijs, auberginerood, nachtblauw en wit _ het zijn geen
kleuren die een harmonieus geheel zijn en toch maken ze samen één
beeld. Op wonderlijke wijze vormen de verfstrepen boomstammen en gewassen,
er heerst een geheimzinnige sfeer die mij herinnert aan een wandeling buiten
de gebaande paden door een donker wordend bos. Daar kunnen ineens, in het
late licht, details van takken of contouren belicht worden die een eigen
leven gaan leiden. 'Ik schilder naar een beeld toe, maar door er gestalte
aan te geven wordt het steeds vreemder. Dat je zelf niet precies weet wat
het is, geeft mij de noodzakelijke prikkel om er dichterbij te willen komen,'
zegt de kunstenaar daarover. Het verwondert niet dat Commandeur de schilders
Munch en Nolde bewondert, die _ elk op hun eigen manier _ een beweeglijke
penseelstreek voerden en mede daardoor hun werk van een symbolische lading
voorzagen: 'Ik houd ervan dat er méér gebeurt in een beeld
dan je ziet'. Het is vaak niet goed te begrijpen hoe Commandeur, ondanks
die botsende kleuren en vlakken en striemen, toch de indruk van een organisch
aanwezig iets weet te creëren. Het lijkt zijn 'specialisme' wel om
het zichzelf extra moeilijk te maken door een soort barrière op te
werpen. Stam _ op dit grote doek is een bospad te zien; rechts staat een paarse boom, links een rijtje zwarte stammen. De omgeving is donkerblauw, misschien is het nacht of dreigt er zwaar weer. Waar het mij om gaat is de felgroene vlek linksonder die door zijn onnatuurlijke kleur opvalt, eruit valt, niet op zijn plaats lijkt. Als een Fremdkörper raast dit golvende bijna lichtgevende groen door het bos. |
Een stuwende beweging als aanrollende golven verf, kenmerkt zijn hand van schilderen. |
Je ogen worden er steeds naartoe getrokken, maar meer dan een eye-catcher is
het een verbindend element, dat alle vormen en kleuren eromheen samenbrengt
_ juist door zelf een disharmoniërend element te zijn.
Die vlek zou je kunnen beschouwen als de kern van de opgeroepen herinnering,
de symbolische gedaante van de emotie die de herin-nering 'draagt'. Zo'n gevoel
is helder als een zojuist opgedane ervaring en tegelijk versmolten met eerdere
en latere gebeurtenissen; op analoge manier is de staalkaart van kleuren rond
dat centrale groen gegroepeerd. Commandeurs bosgezicht wordt zo een landkaart
van zijn gevoelsleven.
De intensiteit van de ervaring wordt door een derde en laatste beeldkenmerk
versterkt en gecompleteerd: het perspectief van waaruit Commandeur schildert.
Klif en Cayre _ opvallend vaak vliegen we in vogelperspectief met de schilder boven een landschap waarop we dus schuin neerkijken. Vooral het schilderij Klif krijgt door dat standpunt een dramatisch effect. Staande op een duin achter een met helmgras begroeid uitsteeksel kijken we op een blauwgrijze zee waarop slierten schuim liggen _ of zijn het rondcirkelende meeuwen? Waar wij staan voel je de zon in je haar en de wind in je rug; de bewegingen van lucht en water worden van hieruit bezien één, als een synesthetische ervaring waarin je tegelijkertijd ziet, hoort en voelt. Commandeur, die zich 'aards' noemde, vraagt zich in zijn werk steeds weer af waarom hij zo graag stevig met zijn voeten op de grond staat. In zijn schilderijen kan hij ook een luchthartig mens zijn die, losgekomen van zijn eigen gewicht, ons in zijn vlucht verslag doet van de vergezichten die hij ziet.
(Deze bijdrage is eerder gepubliceerd in Reader's
Digest Kunst Aan Bod, 1993)
|
|
|
|
last update: 21-10-2004
All rights reserved
|