Navigatiebalk
 

 

Renée Steenbergen

'Emotion recollected in tranquillity'

 

 

 

'Emotion recollected in tranquillity'
Wordsworth

 

Renée Steenbergen
is kunsthistoricus en criticus te Amsterdam

 
Cayre (89x120cm) olieverf op linnen 1992 particuliere collectie  
   

'Hoe ouder ik word, deste meer ik de diepere betekenis leer begrijpen van het feit dat je een emotie onder controle moet hebben om hem te kunnen uiten', zegt de 38-jarige schilder Jan Commandeur. Aan zijn intens aanwezige doeken met de vele verflagen in contrasterende kleuren ligt een moeilijk te beschrijven werkwijze ten grondslag. Na lang wikken over een in zijn hoofd rondzwervend beeld gaat hij direct op het linnen aan het werk (alleen bij de heel grote werken maakt hij een voorschets). Al is zijn schilderstijl op het oog expressief en intuïtief, in feite is iedere kleur en iedere contour vastgesteld voordat hij een penseel op het linnen zet.
Jan Commandeur schildert Stimmungsbilder, een soort innerlijke landschappen; de eerste indrukken stammen uit zijn jeugd op het platteland van West-Friesland.

'Ik ben op een boerderij geboren, het hele gezin werkte mee, ook in vakanties en weekends: 's zomers de bloembollen op het veld, 'winters de beesten.'
De wisseling van de seizoenen die Commandeur buiten zo intens beleefde, zijn voor hem sterk verbonden met persoonlijke gebeurte-nissen en gevoelens. Zozeer zelfs dat 'seizoenen' bijna synoniem is met zijn emotionele leven (ook nu hij al jaren in Amsterdam leeft).
'In de herfst en de winter werk ik het best; de lente is gevaarlijk omdat er buiten dan zoveel gebeurt. Mijn werk gaat over in rust herinnerde emotie, uitgedrukt op een directe manier.

De wisseling van de seizoenen die Commandeur buiten zo intens beleefde, zijn voor hem sterk verbonden met persoonlijke gebeurtenissen en gevoelens.  

 De Natuur loopt als een gevoelsstroom door Commandeur's leven. Het platteland was voor hem alles omvattend, maar er was ook de benauwenis van niet te kunnen uiten wat hem bezig hield.
Op zijn 19e jaar werd Jan op een morgen wakker met de gedachte: ik moet een schilderij maken. Tot dat moment was hij nooit in een museum geweest en had zich niet beziggehouden met tekeningen of aanverwante dingen. Hij maakte diezelfde dag nog een schilderij en was er zó door overdonderd dat hij alles aan de kant zette: hij begon full-time te schilderen en liet de school voor wat het was. Achteraf denkt hij 'dat alles zich zo had opgehoopt, al die niet geuite dingen, dat het er in één klap uit kwam.'
Jan Commandeur vertrok naar Amsterdam; na twee jaar de avondopleiding aan de Rietveldacademie kon hij bij het gerenommeerde opleidingsinstituut Ateliers '63 komen. Het vroegste werk dat op de tentoonstelling in het Larense Singermuseum hangt, bestaat uit twee rollen tekenpapier die Commandeur daar in 1978 beschilderde. Op de 7,5 meter lange rollen is een serie beelden geschilderd in zwarte acrylverf, zó uit de hand direct op het papier.

In die leertijd op Ateliers '63 moest hij een aantal beslissingen nemen over de richting van zijn schilderen. Om een oplossing te forceren schilderde hij in hoog tempo twaalf uit elkaar voortkomende motieven, als een denk-proces in verf. Meer dan het zoeken naar een handschrift ging het hem om de inhoud van zijn werk. De fundamentele schilderkunst die op dat moment het museum haalde, vond Commandeur te leeg: er moest méér zijn dat schilderen vermocht dan louter formele uitspraken doen.
Op papierrollen (beschilderd van rechts naar links omdat hij linkshandig is) verschenen in zwart de contouren van bladeren en geboomte maar ook meer abstracte, organische vormen. Zijn thema dat al die tijd onder handbereik had gesluimerd, trad nu naar voren: de natuur.

 

Althans, nooit schetsen in de buitenlucht naar reële panorama's; Commandeur schildert uit de herinnering. Ten dele zijn dat evocaties van bestaande landschappen: het Hollandse, maar ook Les Landes in het zuid-westen van Frankrijk. Het lijkt daar op zijn geboortestreek, Les Landes is ook vlak, met veel akkers en weilanden en hier en daar bos. 'En de zee is vlakbij. Die horizon, die wijdte- heerlijk! De hele Noordzee-kust van Terschelling tot Biarritz, vind ik prachtig. Ik voel me een echte Hollandse schilder.'
Doordat het herinneringsbeelden zijn die hij in verf probeert te vatten, zijn ze vermengd met de gevoelens die hij in dat landschap onderging, de emotionele reden waaròm zo'n beeld werd opgeslagen.
Het overbrengen van die stemming, waarmee een beeld om zo te zeggen wordt opgeladen, dat is de inzet van zijn schilderen. Hoe brengt Commandeur die geladenheid over?

Butterfly - in krullende verfstreken en vrolijke tinten is een Cézanneske berg van kleur weergegeven, op het heetst van een zomerdag. De hemel is strakblauw, het gras wuift, overal bloeien bloemen. Alleen van de bloedrode vlek rechts van het midden gaat iets verontrustends uit. 'Ik dacht aan een dode vlinder in een landschap', zegt Commandeur een beetje laconiek. De 'berg' is een bonte, ter aarde gestorte ééndagsvlinder die je op een stralende dag aan de vergankelijkheid herinnert. Commandeur werkt met sterke contrasten, in kleur èn in stemming. 'Wat ik schilder lijkt vaak lieflijk, maar het gewelddadige ligt heel dicht onder de oppervlakte van mijn werk,' licht hij toe.
De schilder werkt altijd een stemming of beeld uit in twee opeenvolgende schilderijen. Naast het zomerse landschap van zoëven verschijnt zijn donkere tegenvorm (Cayre); het carré van sombere bomen tegen een bergwand gaat schuil onder een herfstige nevel, alleen hetzelfde rood-geel echoot na tussen de bergen, oplichtend door de contrastwerking met de mist erboven. 'Contrast is àlles', aldus Commandeur: de dingen krijgen betekenis door de nabijheid van iets wat ertegen afsteekt.
De schilder maakt nooit reeksen met hetzelfde kleurenpalet en (dus) in dezelfde emotie.
Bij elk doek begint hij opnieuw en het bekijken van zijn werk vraagt van ons dezelfde inspanning: dat we onze ogen opnieuw focussen, dat we ons eerst laten bestormen door de kleur en de verfmassa die het landschap in zich bergt. Lopend van het ene naar het andere stuk komen de beelden als getijden op je toe; in Commandeur's innerlijke landschappen is het nu eens eb, dan weer vloed.

Ook het intense kleurgebruik laadt zijn schilderijen op: 'Geel is licht, het staat voor een licht soort stemming, voor lente of een zomerse dag. Grijs en groen zijn herfstig, ingekeerd, beschouwelijk.' Groen beschouwt hij als zijn basiskleur die alle tinten onderling verbindt. 'Op de academie leer je een schilderij opbouwen met de primaire kleuren geel, rood en blauw; groen wordt dikwijls beschouwd als een 'valse' kleur, een mengsel van geel en blauw. Voor mij is hij juist de meest echte: groen is aards, ze staat met twee benen op de grond net als ik. Mijn dierenriemteken is de Stier'.
Jan Commandeur's kleurgebruik kan dus symbolisch genoemd worden. Zo tracht hij bij ons de hevigheid en nuance in stemming op te roepen die hij zelf onderging bij het terughalen en optekenen van zijn geleefde herinneringen.

 Een stuwende beweging als aanrollende golven verf, kenmerkt zijn hand van schilderen. In Web spat de verf in striemen uiteen, het is één kolkende massa. Helgroen, blauw, roestbruin, grijs, auberginerood, nachtblauw en wit _ het zijn geen kleuren die een harmonieus geheel zijn en toch maken ze samen één beeld. Op wonderlijke wijze vormen de verfstrepen boomstammen en gewassen, er heerst een geheimzinnige sfeer die mij herinnert aan een wandeling buiten de gebaande paden door een donker wordend bos. Daar kunnen ineens, in het late licht, details van takken of contouren belicht worden die een eigen leven gaan leiden. 'Ik schilder naar een beeld toe, maar door er gestalte aan te geven wordt het steeds vreemder. Dat je zelf niet precies weet wat het is, geeft mij de noodzakelijke prikkel om er dichterbij te willen komen,' zegt de kunstenaar daarover. Het verwondert niet dat Commandeur de schilders Munch en Nolde bewondert, die _ elk op hun eigen manier _ een beweeglijke penseelstreek voerden en mede daardoor hun werk van een symbolische lading voorzagen: 'Ik houd ervan dat er méér gebeurt in een beeld dan je ziet'. Het is vaak niet goed te begrijpen hoe Commandeur, ondanks die botsende kleuren en vlakken en striemen, toch de indruk van een organisch aanwezig iets weet te creëren. Het lijkt zijn 'specialisme' wel om het zichzelf extra moeilijk te maken door een soort barrière op te werpen.
Stam _ op dit grote doek is een bospad te zien; rechts staat een paarse boom, links een rijtje zwarte stammen. De omgeving is donkerblauw, misschien is het nacht of dreigt er zwaar weer. Waar het mij om gaat is de felgroene vlek linksonder die door zijn onnatuurlijke kleur opvalt, eruit valt, niet op zijn plaats lijkt. Als een Fremdkörper raast dit golvende bijna lichtgevende groen door het bos.
  Een stuwende beweging als aanrollende golven verf, kenmerkt zijn hand van schilderen.


Je ogen worden er steeds naartoe getrokken, maar meer dan een eye-catcher is het een verbindend element, dat alle vormen en kleuren eromheen samenbrengt _ juist door zelf een disharmoniërend element te zijn.
Die vlek zou je kunnen beschouwen als de kern van de opgeroepen herinnering, de symbolische gedaante van de emotie die de herin-nering 'draagt'. Zo'n gevoel is helder als een zojuist opgedane ervaring en tegelijk versmolten met eerdere en latere gebeurtenissen; op analoge manier is de staalkaart van kleuren rond dat centrale groen gegroepeerd. Commandeurs bosgezicht wordt zo een landkaart van zijn gevoelsleven.
De intensiteit van de ervaring wordt door een derde en laatste beeldkenmerk versterkt en gecompleteerd: het perspectief van waaruit Commandeur schildert.

Klif en Cayre _ opvallend vaak vliegen we in vogelperspectief met de schilder boven een landschap waarop we dus schuin neerkijken. Vooral het schilderij Klif krijgt door dat standpunt een dramatisch effect. Staande op een duin achter een met helmgras begroeid uitsteeksel kijken we op een blauwgrijze zee waarop slierten schuim liggen _ of zijn het rondcirkelende meeuwen? Waar wij staan voel je de zon in je haar en de wind in je rug; de bewegingen van lucht en water worden van hieruit bezien één, als een synesthetische ervaring waarin je tegelijkertijd ziet, hoort en voelt. Commandeur, die zich 'aards' noemde, vraagt zich in zijn werk steeds weer af waarom hij zo graag stevig met zijn voeten op de grond staat. In zijn schilderijen kan hij ook een luchthartig mens zijn die, losgekomen van zijn eigen gewicht, ons in zijn vlucht verslag doet van de vergezichten die hij ziet.

 

(Deze bijdrage is eerder gepubliceerd in Reader's Digest Kunst Aan Bod, 1993)

Contact Biografie Artikelen Galerie Actueel Nederlands Home

 


Home | Nederlands | Actueel | Galerie | Artikelen | Biografie | Contact


last update: 21-10-2004 All rights reserved