|
||||||||
Het is vooral de stuwende, beweeglijke manier van schilderen die opvalt als
je de doeken van Jan Commandeur bekijkt. De organische vormen die hij in contrastrijke
kleuren schildert, lijken vaak landschappen.
Helgeel zonlicht is er te zien, naast wemelende, aardse groene kleuren, die
hij met hemels blauw combineert of dreigender, donkerder partijen waterblauw.
Daardoorheen schieten zwarte aders. Schaduwpartijen?
De verf is soms zo aangebracht dat er water lijkt te kolken. Het groen lijkt
te ritselen, te bewegen. Schaduw en lichtvlekken verschuiven juist op het moment
dat je kijkt: preciese contouren zie je niet, details weigeren tot rust te komen.
Landschappen in de klassieke, figuratieve zin van de schilderkunst willen de
schilderijen van Jan Commandeur nooit worden. Daarvoor zijn ze te beweeglijk,
te weerbarstig.
Daarvoor is ook de schilder te weerbarstig. 'Een precies geschilderd landschap
leidt af van waar het om gaat. Het gaat mij om de essentie van een landschap,'
zegt hij in zijn Amsterdamse atelier, waar verschillende schilderijen tegen
de muur staan: hij werkt graag aan meer doeken tegelijk.
| Er zit behalve een zonovergoten, vrolijke kant ook een rauwe, destructieve kracht in de schilderijen van Jan Commandeur. | Commandeur laat zich soms
zichtbaar inspireren door een plek, een landschap. Maar hij schildert eerder
de herinnering aan die plek, de stemming die dat bij hem opriep, dan het
landschap zelf. Stimmungsbilder worden zulke schilderijen wel genoemd. Maar
die term dekt de inhoud van het werk van Commandeur niet volledig, omdat
een stemming, hoe verrukt of agressief ook, iets tijdelijks suggereert.
De stemming verdwijnt weer, een ander landschap, een ander gevoel. Dat miskent de constante strijd die uit de schilderijen van Commandeur spreekt. Zijn schilderijen zijn de weerslag van de worsteling om tot de essentie van de natuur te komen. Dat geeft zijn schilderijen een bijzondere lading. What makes us tick, wat is de kracht die ons drijft?: in ieder werk lijkt Commandeur daar een antwoord op te zoeken. De natuur speelt in de geschilderde antwoorden van Commandeur een belangrijke rol. Maar het is niet alleen de natuur als landschap waar het hem om gaat, het is universeler. De organische vormen die hij schildert lijken soms ook wel lichamelijke vormen, organen, of soms zelf kadavers van geslachte ossen zoals de FransRussische schilder Chaim Soutine ze schilderde. Dat is bijvoorbeeld het geval op het doek One Pair II uit 1992, waar je in de abstracte door roze vleeskleur omsloten blauwgroene vormen een karkas zou kunnen herkennen. Niet dat het dat per se is, maar uitgesloten is ook het niet. Net zoals de geeloranje en rode partijen in het groen op het doek Butterfly (ook uit 1992) iets vlezigs en bloederigs krijgen, als je de naar een tere, kwetsbare vlinder verwijzende titel vergeet. Er zit behalve een zonovergoten, vrolijke kant ook een rauwe, destructieve kracht in de schilderijen van Jan Commandeur. |
Thomas dat deed in zijn gedicht The Force That Through
the Green Fuse Drives the Flower:
The force that through the green fuse drives the flower
Drives my green age; that blasts the roots of trees
Is my destroyer.
And I am dumb to tell the crooked rose
My youth is bent by the same wintry fever.
The force that drives the water through the rocks
Drives my red blood; that dries the mouthing streams
Turns mine to wax
(...)
In een vrije vertaling: De kracht die door de groene
steel de bloem aandrijft, / Drijft ook mijn groene jaren aan; die door de wortels
van bomen knalt / is mijn vernietiger / En ik ben niet in staat de kapotte roos
te zeggen / dat mijn jeugd door dezelfde winterachtige koorts vergaat // De
kracht die water door de rotsen stuwt / stuwt mijn rood bloed; die stromen doet
opdrogen / Verandert mijn bloed in was).
Dat die aardse natuuropvatting zo'n prominente rol speelt in Commandeurs werk
is niet verwonderlijk. Hij is een boerenzoon uit het plaatsje Avenhorn in WestFriesland,
de bollenstreek in noordwest Nederland. Hij moest van jongsafaan, zoals iedereen
in het religieuze (katholieke) gezin, meehelpen op het land: 's zomers moest
er aan de bloembollen op het land gewerkt worden, 's winters moesten de dieren
op zijn vaders boerderij verzorgd worden.
| Dat was noodzaak: er moest hard gewerkt worden om de kost te verdienen, en het werk stopte nooit. Na schooltijd, in de weekeinden, tijdens vakanties: 'Je moest altijd doorgaan. Dat zit als het ware in mijn systeem, ook als ik nu schilder. Je kunt niet even vrij nemen van de natuur. Ik herinner me dat we net al het hooi in pakken op het land verzameld hadden. Het was in de nazomer, het was droog, zoals hooi moet zijn voor je het opslaat. Maar in die nacht ging het regenen, terwijl de pakken nog in het veld lagen. Bij toerbeurt hadden we soms een avondje vrij, en die had ik net gehad. Ik was uitgeweest, en laat op bed gekomen. Maar omdat het hooi nat was, moesten alle pakken weer opengesneden om opnieuw te drogen. En dat moest snel, want anders bedierf de hele boel, en dan hadden de beesten geen eten in de winter. Dus werd ik ook uit bed getrommeld, en moest meehelpen, net als de buren er moest doorgewerkt worden, anders liep de boel echt mis.'De natuur zit, zegt hij, 'in zijn systeem': als kind kwam hij er al mee in aanraking, met die vitale kracht van de natuur niet alleen maar een romantische, maar ook een harde, onverbiddelijke kracht. Het was indrukwekkend, maar ook benauwend. 'Al dat werk, alles wat je elke dag weer meemaakt: ik kon als opgroeiende jongen niet accepteren dat alles wat je deed zo maar verdween. Je maakte van alles mee, ik overdacht dingen, en ik had geen enkele uitlaapklep. Ik kon niets vastleggen. Niets tastbaars bleef er over van alles wat ik deed en overdacht.' |
|
| 'In diezelfde periode overwon ik ook mijn angst voor groen als kleur. Dat had ik tot dan toe niet durven gebruiken, dat vond ik te aards.' |
In die sfeer van herwaardering voor de
schilderkunst ontwikkelde ook Jan Commandeur zich. Zowel op de kunstacademie
als op Ateliers '63 keken de docenten vreemd op van iemand die zo gedecideerd,
aanvankelijk tegen de mode in, vast hield aan zijn eigen idee dat hij
schilderen wilde. 'Ze vonden het ook raar dat ik zei: ik ben vooral geïnteresseerd
in mijn eigen werk.' Langzaam werd hem duidelijk dat de natuur,
zijn geschilderde reflecties op de natuur zijn thema was. Dat was een
bevrijding: 'In diezelfde periode overwon ik ook mijn angst voor groen
als kleur. Dat had ik tot dan toe niet durven gebruiken, dat vond ik te
aards. Maar daar begon ik meer mee te werken.' |
| We hebben die capaciteit om
betekenis te hechten aan onbekende of vaagbekende vormen tot grote hoogte
ontwikkeld: in wolken of vlekken op het behang kunnen we moeiteloos gezichten,
dieren of spoken ontwaren. Naast alle hogere, culturele en esthetische factoren, bepaalt die elementaire vaardigheid van oog en brein mede het plezier dat een mens kan ontlenen aan het bekijken van een schilderij. Volgens de Rembrandtkenner dr. Ernst van de Wetering uit Amsterdam, hoofd van het internationale Rembrandt Research Project, gaat die elementaire prikkel van kunstgenot nog verder: hij is ervan overtuigd dat kijken meer dan een zaak van de ogen en hersenen is. Je hele lichaam doet mee ook als je stil voor een schilderij staat. Als je een spontaan getekende lijn of schildertoets ziet, herbeleef je eigenlijk de beweging die de schilder maakte. Hoe natuurlijker en beweeglijker een lijn of schildertoets op het doek staat, hoe meer een toeschouwer meevoelt met de beweging. Rembrandt is wat dat betreft een onovertroffen meester, volgens Van de Wetering. Hoe een kunstenaar die overdracht van spontaniteit tot stand brengt is uiteindelijk een raadsel. Maar het mag duidelijk zijn dat er sprake moet zijn van een beheersing bij het aanbrengen van die spontane lijn of verftoets. En Jan Commandeur bezit die gave ook. |
Een donkere schim in de bosrand: is dat een beest of een schaduwpartij? |
Ook de composities van Commandeur zijn de afgelopen jaren opener en toegankelijker
geworden: ze lijken niet gewrocht, door moeizaam zoeken tot stand gekomen. Alles
lijkt als vanzelf op de juiste plaats gekomen te zijn alsof de vormen en kleuren
van nature op die plek op het doek horen, waar ze nu zijn aangebracht.
Dat zijn schilderijen, en meer nog zijn gouaches, meer en meer bijna soepel
tot stand lijken te komen, betekent niet dat ze minder geladen zijn.
Het is niet zo dat iemand die een doek van Jan Commandeur in huis neemt louter
een zorgenloos bloemstukje of zonnig landschapje aan de wand krijgt.
Zeker, er zijn vrolijk kleurige doeken bij, vol bonte contrasten, zonnige doeken
soms ook, zoals bijvoorbeeld de doeken geïnspireerd op zijn verblijf in
de Dordogne, geschilderd in 1998. Maar hoe zonnig, blond, vol van goudgele kleuren
of springerig rood, oranje de doeken ook zijn, er is altijd een schaduw aanwezig.
Er is altijd een raadselachtige duisternis in de donkere partijen, alsof in
de schaduw onheil loert bij alle uitbundige kleurenpracht, bij alle vitaliteit
is ook altijd de destructieve kracht van de natuur voelbaar in zijn doeken.
|
'Ik ben gevoelig voor somberheid, maar ik zwelg er niet in. Ik ben een positieve romanticus.' |
Dat komt ondermeer door Commandeurs
expressionistische, geladen penseelstreken en door zijn haast symbolistische
kleurgebruik. Zijn donkere kleuren zijn niet alleen maar omwille van kleurcontrasten
aangebracht. Het zijn betekenisvolle kleuren, in de zin dat ze bedoeld zijn
om stemmingen op te roepen. Neem bijvoorbeeld het schilderij Ent uit 1992,
waarop zwarte vormen met tentakels overheersen, maar waar je door die duistere
vormen die je tegen lijken te willen houden, een helgele vorm in het midden
van het schilderij ziet: alsof je uit de duisternis, de schaduw, naar het
licht, de bevrijding kruipt. Wellicht is dat een veel te letterlijke, figuratieve
interpretatie van het doek, maar dat laat onverlet dat je als beschouwer
van het schilderij het overheersende zwart op het doek, met alle blauwe,
rode en geelgroene nuances, als dreigend ervaart, en het geel als licht,
als bevrijdend, veilig. De schoonheid, de natuur, die Jan Commandeur schildert, heeft ook een duistere kant, zoals in Dylan Thomas' gedicht. Het is dan ook geen wonder dat Commandeur zich behalve voor de virtuoze en vitale De Kooning interesseert voor schilders uit deze eeuw die zich bezighielden met de uitdrukking van de duistere kant van het leven, zoals de Noorse schilder Edvard Munch (18631944): hij wist in zijn schilderijen angst en nachtmerries, de beklemming zichtbaar te maken. Ook de OostEuropese Parijse schilder Chaim Soutine (18941943) wordt door Commandeur bewonderd. Die schilderde ondermeer dode dieren met een expressionistische toets, waardoor het tegelijk uitingen van zieleangst, en uitdrukkingen van woede en pijn over het leven werden. |
Niet alleen om zijn achtergrond Emil Nolde was boerenzoon ook om zijn expressionistische
schilderkunst voelt Jan Commandeur zich met de Duitse schilder Nolde (18671956)
verwant. Met zijn groepsgenoten van de schilderbeweging 'Die Brücke' zocht
Nolde naar een manier om het natuurlijke, oorspronkelijke in zijn schilderijen
uit te drukken.
De invloeden van deze schilders zijn, als je Jan Commandeurs werk bekijkt wel
bespeurbaar, maar hij is zeker geen navolger van een van hen. Hij geeft zijn
eigen visie op de thematiek, in zijn eigen weerbarstige vormen en kleuren.
'Het is misschien een wat zwaar woord, maar deze vier schilders beschouw ik
als zielsverwanten. Uit hun werk spreekt een emotie, een echtheid, die ik bewonder
en die ik ook wil leggen in mijn schilderijen. Er zit behalve vitaliteit ook
een soort woede, boosheid over het leven in, die ik na kan voelen.'
De donkere kant is, zoals gezegd, aanwezig in de schilderijen van Commandeur,
maar heeft niet de overhand. 'Ik ben gevoelig voor somberheid, maar ik zwelg
er niet in. Ik ben een positieve romanticus.'
Je zou ook kunnen zeggen dat hij een te aardse romanticus is, om in somberheid
te zwelgen. Je kunt noch als boer noch als kunstenaar op bed blijven liggen
treuren om alle ellende in de wereld. Er wacht werk, ook al is de dood alomtegenwoordig,
er ritselt alweer nieuw leven tussen oude struiken. Dat is wat Jan Commandeur
wil schilderen: het hele leven, the force that through the green fuse drives
the flower.
|
|
|
|
last update: 21-10-2004
All rights reserved
|